Bands & Artists

Mystifiers Unravelled: Lieselot

Lost in Music sprak in 2022 met Lieselot, fluitiste/zangeres van de Mystifiers en KWIK.
Wie inspireerden jou om muziek te maken?

“Mijn ouders; die hebben vroeger altijd muziek in de auto gedraaid. Dat waren dan altijd de Beatles, Queen, Billy Joel, Franse chansons (onder andere Charles Aznavour) en Cat Stevens.”

Wanneer ben je begonnen met muziek maken?

“Mijn zus en ik zijn, toen we ongeveer zes en zeven waren, op blokfluitles gegaan bij een hele leuke muziekleraar. Die leerde ons de basis van muziek; het notenschrift lezen en een liedje kunnen zingen.

Na twee jaar mochten mijn zus en ik een instrument kiezen om verder in te leren; mijn zusje koos toen viool en ik koos uiteindelijk dwarsfluit. Toen kregen we wekelijks les op de muziekschool en konden we daar zelf ook muziekjes maken. Dat deden we ook wel thuis, we gingen dan zelf dingen opnemen met de cassetterecorder en zo.”

“Tijdens de muziekschool maakte ik kennis met lichte muziek, dat is eigenlijk ook popmuziek. Dan ging je improviseren en kreeg je voorspeelavondjes in een samenstelling met andere musici.

Dus in die zin was het een muziekschoolbandje, maar niet zoals Krezip. En zo was het ook op de middelbare school, dat je mee kon doen met het orkest of met het koor of met de musical.”

Wat heb je na de muziekschool gedaan?

“Vanaf ongeveer m’n vijfentwintigste ben ik nog een opleiding theater gaan doen; daar zat muziek bij als groot onderdeel en leerde je arrangeren met akkoorden. Daar had je dan ook voorspeelavonden bij; dat was meer theater, maar wel met zang. Toen gebruikte ik m’n dwarsfluit even niet omdat ik meer bezig was met cabaretteksten en zo. Ik heb ook nog een optocht gedaan op stelten, dan speelde ik met m’n fluit als een soort Rattenvanger van Hamelen. Dus dat is wel optreden, maar niet een bandformatie zoals we dat nu met de Mystifiers hebben.”

The diva wears fake fur
Een hengel uitgooien

Lieselot heeft altijd in een band als de Mystifiers gewild, maar de pogingen daartoe mislukten steeds; totdat ze via Google op zoek ging naar muziekprojecten van HVO-Querido en terechtkwam op de site van KWIK. Lies nodigde haar uit om te komen kijken en mee te doen, en liet haar vervolgens kennismaken met de in oprichting zijnde Mystifiers. En nu heb ik het geluk dat ik bij KWIK zit en bij de Mystifiers; geweldig.”

Je speelt in twee bands, hoe voorkom je dat je dubbel geboekt wordt?

“Het kan inderdaad voorkomen dat repetitieprocessen niet met elkaar samengaan. Dan kies ik voor het volgende; de eerst afgesproken planning heeft voorrang op de later geplande datum.”

Wat zijn je favoriete muziekstukken bij KWIK en de Mystifiers?

“Bij KWIK is dat California Dreamin’ van The Mamas & The Papas en Fast As You Can van Fiona Apple; die heb ik zelf mogen zingen, dat vind ik echt een geweldig nummer. Maar eigenlijk ook alle nummers van de Beatles, en van Melissa Etheridge zingen we Like The Way I Do; die vind ik ook wel misschien een van de geweldigste. Bij de Mystifiers heb ik toch wel met allemaal verbinding, maar waar ik het meest naar toe neig is misschien toch wel Fata Morgana.”

Wat zijn de hoogtepunten van KWIK en de Mystifiers?

“Ten eerste dat we steeds weer plekken hebben waar we mogen spelen; dus dat er ruimte is en dat er publiek is die echt willen luisteren, dat vind ik echt geweldig. En dat we dan een kleedkamer hebben, waar je terug kan luisteren wat je hebt gedaan; dat je dus op je telefoon gewoon de performance hoort – ‘o ja, toen speelde die ene trompettist dat; o, ik herken dat; o wauw, dat is eigenlijk best wel een mooi basloopje’.

Dus dat we met terugwerkende kracht bewijs hebben dat we dat hebben gedaan. Ik vind het gewoon heel vet dat je beter leert luisteren naar dingen die je zelf hebt gemaakt, en dat je dus leert van opnieuw muziek maken en luisteren en genieten. Een ander hoogtepunt is dat iets ergens begint en dat het dan samen tot een af liedje komt, maar dat het nog steeds verbeterd wordt omdat we iedere keer weer spelen; dan wordt het een beetje ge-finetuned.”

Hoe ben je omgegaan met de coronacrisis?

“Ik heb een baan als huishoudelijke hulp, dus ons werk ging gewoon door. We kwamen wel bij de mensen thuis en gingen wel het bed opmaken, vuilnis doen, schoonmaken, stofzuigen en alles; maar we kregen wel te maken met mondkapjes en afstand houden, dit en dat.

Ik vond het wel prettig dat het zo tijdens de lockdown helemaal stil was, dus dan ging ik bijvoorbeeld fietsen en dan was er geen kip op straat. Om Amsterdam zo mee te maken, zo stil, dat vond ik helemaal geweldig; het gaf me eindelijk de kans om eens een keer naar een stilleven van Amsterdam te kijken, alsof het een stil schilderij was. Ik had er dus niet veel last van, maar werd er wel een beetje nerveuzig van omdat je dan een soort overbewust bent van hoe dicht je op elkaar zit en zo, en van wat wel de bedoeling was en wat niet. Ik voelde wel heel veel spanningen onder de mensen, maar nu is dat een stuk getemperd.”