Working 9 to 5

Annie Gerretsen

Een interview met Annie Gerretsen, activiteitenbegeleider bij Centrum Robert Koch.
Wie inspireerden jou om muziek te maken?

“Mijn oom Tonny, die kon fonetisch gitaar spelen, dus zonder akkoorden. M’n broer, die twee a drie jaar ouder was, en zus zongen mee. Van m’n zus heb ik muziek meegekregen, die vond het leuk om mee te zingen met Bucks Fizz en veranderde haar naam naar Cheryl. Ze was eigenlijk van de punk, maar ook van Michael Jackson, en die konden we in de jaren tachtig uit ons hoofd. Mijn muzieksmaak ging over naar George Michael, David Bowie, Mick Jagger. Nu ga je op Spotify, maar toen was je afhankelijk van radiobehang en MTV.”

Heb je in bands gezeten?

M’n zus had al in bands gespeeld en zodoende een netwerk opgebouwd, en dus mocht ik in een band waar m’n zus in zat. Zij ging naar Leiden, kwam elk weekend terug en op een gegeven moment gingen wij samen in een band. We deden veel Chaka Khan, dat kwam door de bassist; Sweet Thing, maar ook Maceo Parker. De band heette Check It Out, wat tegelijkertijd een reclameslogan had. De eerste optredens waren in Broghem, Vlissingen en Middelburg. We hebben ook meegedaan met een songcontest in Rockanje. We wonnen, want de muziek had iets Lois Lane- en Mai Tai-achtigs. Dat smaakte naar meer, en dat eindigde op Beachpop maar dan met een andere band; de Bill Hillebrand Band, met een van de blazers van Check It Out. Tussen twee en vijf uur de voorprogramma’s en daarna de happy hardcore. Op een gegeven moment waren we daar met vier zangeressen en durfden we meer te funken. In m’n studententijd aan de TU Delft zong ik bij bandjes als As If (jaren 90 pop en disco) en Delfts Blue, onwijs funky, opgericht door een pianist met een voorkeur voor soul en funk. Een van onze deelnemers zat bij die studentenvereniging.

Na Delft ben ik naar de theaterschool in Utrecht gegaan; ik ben er als theatermaker en docent opgeleid. Theater vond ik leuk omdat ik met nieuwe stijlen te maken kreeg en schrijvers als Beckett, Brecht, Robert Wilson, een Amerikaanse operamaker die de Blauwe Ruiter regisseerde en met Tom Waits samenwerkte. Muziektheater had altijd een beetje m’n hart, maar mijn kompas is wat me inspireert. Ik heb Stevie Wonder in Paradiso gezien (mijn favoriete nummer is Golden Lady) en Al Jarreau op North Sea Jazz. Als je dat hebt meegemaakt mag je in je handen knijpen, en als je echt fan bent dan ga je automatisch genieten.”

Hoe kwam je bij HVO-Querido terecht en welke activiteiten begeleidt je?

“Tijdens covid heb ik bij de noodopvang van de Regenboog gewerkt. De daklozen kregen toen een dak boven het hoofd, dus werden ze letterlijk opgehaald van de Dam of van het Vondelpark en naar de Transformaterweg gestuurd en kregen ze daar bed, bad en brood.
Voor half elf moest iedereen binnen zijn. Normaal mochten er 25 man slapen; ’s winters bij de WKR mochten er meer logeren en haalden we opklapbedjes van boven. Ooit was het een jeugdgevangenis die sinds 2006 leeg stond waarna het gekraakt werd door een Afrikaanse vrouw. Ze moest na twee jaar wijken en bleef er uit protest een jaar voor slapen in een tentje (petje af!). Een half jaar later ging ik werken in het Passantenhotel, die heeft een leuke keuken met goede koks. Daar werkte ik met economisch daklozen; mensen die gewoon werk hebben maar per ongeluk dakloos zijn geraakt omdat ze de huur niet meer konden betalen of uit een scheiding kwamen. Gemiddeld zeventig procent man, dertig procent vrouw (is een beetje gaan groeien).

Ik moest ervoor zorgen dat ze weer een huis kregen; bij economisch daklozen is dat iets strenger omdat verwacht wordt dat ze hun eigen broek omhoog kunnen houden, dus dat ze ook zelf een woningnet kunnen activeren. Vaak was dat ook zo, maar die tien procent die dat niet konden hadden hun belasting niet goed ingevuld en moest je ze daarin helpen. Een voorbeeld, een meneer die bij de augurkenfabriek Kesbeecke werkte en altijd een pot augurken meenam. Hij had een omslagwoning gekregen (de woning die je krijgt na de zorg binnen HVO) en kreeg weer goed contact met zijn dochter; daar zit het geluk in.
Je bent aan het patiencen om een woning te vinden en niet aan het pokeren. Daarbij was je ook verplicht om buiten de stad te reageren.

Na dit werk ben ik na een tussenjaar activiteitenbegeleider muziek geworden, want dat paste beter bij mijn achtergrond. Mijn activiteiten zijn Koor Kochschip en de karaoke op Centrum Robert Koch in Watergraafsmeer. Iedereen is welkom met een warm muzikaal hart.

Koorzang is vanuit zang en stemtechniek, samen zingen. Met West-Afrikaanse en Zuid-Afrikaanse liederen werken we naar een samenzang die resoneert door je hele lichaam. De muzikaliteit komt naar boven en die houd je vast door met doorzettingsvermogen en door samen in een groep te zingen, het geheel tot een mooie song te brengen.

De KaraOké middag op Robert Koch, is de enige echte karaoke show die we hebben op HVO-Querido. Met nootjes, een grootscherm, microfoon en alle muziek die je wil zingen op een serveerblaadje. Met ons Zonnetje Sophia (aanspreekpunt van de dag) en Tante Annie (moi) als co-hosts wordt het elke laatste woensdag van de maand een feestje. Op die kleine voetnoot, zijn alle talen van de regenboog welkom dus Suavemente, Du allein en ’n Beetje verliefd van Hazes (is de basis) passeren de revue. Be there be square, zou ik zeggen:-)

Sinds maart coach ik mee aan de zijlijn voor The Mystifiers. The Mystifiers is een samenwerkingsverband met HVO-Querido en De Regenbooggroep. Op hun website, oozed het gelijk een rock-jam gevoel waar je meer van wil. Muziek maken en creeëren vanuit een mini-band. En met begeleiding van professionele muzikanten. Alle instrumentalisten zijn welkom. Of je nu rapt, klassiek piano speelt, djembé of gitaar. Iedereen is welkom. Dat maakt het zo’n mystifying club mensen. Voor en door elkaar, een zinderend maakproces met hart en soul. Echt de moeite waard om een keer een kijkje te nemen.”

The Mystifiers